Blog Leerlab Nieuws

De gezonde stad en regionaal voedsel: impressie van praktijklab Arnhem

Het Stedennetwerk stadslandbouw stelt in 2016 de gezonde stad centraal. Hoe kan stadsland-bouw bijdragen aan de gezonde stad, de gezonde burger? En welke rol speelt de regio in de voedselvoorziening van de stad?

 

Op 15 september jl. stond regionaal voedsel centraal. Op een stralende, warme nazomerdag waren we te gast bij de biologische Boerderij Veld en Beek in Doorwerth. Heel toepasselijk vond de bijeenkomst plaats in de oude grupstal en op het terras met uitzicht over de landerijen, de boerderij en een beetje op de Rijn. Een inspirerende omgeving.

Biologische Boerderij Veld en Beek

Al meer dan 15 jaar levert Veld en Beek biologisch zuivel en vlees rechtstreeks van de boerderij. In 2013 is men gestart met groententeelt. Die vindt deels plaats in….. de nieuwe kasstal. ’s Winters staan hier de koeien, ’s zomers groeien er paprika’s, tomaten, komkommer, aubergine, etc.

Van de rogge die men in Renkum op de Keijenberg verbouwt, wordt roggebrood en koek gemaakt. Door de combinatie van dieren en planten kunnen kringlopen worden geoptimaliseerd en gesloten.

praktijklab Arnhem

Veld en Beek is vooral een passende plek voor deze dag, omdat zij hun producten lokaal en regionaal afzetten. Daarvoor hoeven de klanten niet naar de boerderij, want op een aantal plekken in de omgeving staan koelwagens, waar de klanten hun bestelling kunnen afhalen. Alle vaste klanten/leden hebben een sleutel van de koelwagen in hun omgeving en kunnen er 24/7 terecht. Zuivel moet worden besteld, zodat de boeren weten hoeveel er gemaakt moet worden.

De klanten weten precies waar hun voedsel vandaan komt en hoe dit tot stand komt.

Sinds 2012 is er een coöperatieve vereniging opgericht. Iedereen die boodschappen haalt bij Veld en Beek is daar lid van. Door de vereniging zijn in 2012 eigen koeien gekocht. De verzorging, de productie en distributie ligt bij Boerderij Veld en Beek. Een lid dat aanwezig was zei regelmatig te denken aan ‘zijn’ koeien en het prettig te vinden vlees van ‘eigen’ koeien te eten. Het bestuur van de vereniging ondersteunt de ontwikkelingen op de boerderij, heeft regelmatig overleg met de boeren en boerinnen en samen organiseren ze activiteiten als open dagen en zorgen ze voor publiciteit.  Ook proberen ze de aanpak van Veld en Beek te promoten.

De bijeenkomst van het Stedennetwerk Stadslandbouw is daarvoor een mooie kans.

Een andere manier waarop Veld en Beek met de omgeving is verbonden is door de mogelijkheden voor vrijwilligerswerk en de relaties met scholen in de omgeving. Stagiaires en projecten, incidenteel en jaarrond. Kortom, Boerderij Veld en Beek heeft regionaliteit in de genen.

praktijklab Arnhem

Regionaal voedsel in de kinderschoenen

Na een aftrap van Ine van Burgsteden (wethouder in Arnhem) en Wendy Ruwhof (wethouder in Renkum) geeft Henk Wentink (bestuursadviseur tijdelijke initiatieven & stadslandbouw, gemeente Arnhem) een toelichting op het thema van de dag. Henk is bezig om -samen met ondernemers en omliggende gemeenten – een voorstel te maken voor Korte Ketens om budget binnen te halen via de Europese subsidie POP3. In april hoorde hij dat er 500 biologische boeren te weinig zijn in Nederland. Dit betekent dat mensen geld over hebben voor kwaliteit, biologisch en/of regionaal.  In augustus werd bekend dat de Arnhemse Start up voedselcoöperatie/ restaurant Puur Lokaal haar deuren sloot omdat het niet rendabel te krijgen was.  En net voor de start van onze bijeenkomst kwam het treurige nieuws dat Stichting Landwaard stopt. Stichting Landwaard probeerde de boeren en burgers in de regio Arnhem/Nijmegen/Kleve met elkaar te verbinden, voor streekproducten, een aantrekkelijk en vitaal platteland en korte voedselketens.  Ze stond aan de basis van vele initiatieven.  Ook zij zijn failliet gegaan.  Hoe komt dit? Zijn de consumenten toch niet genegen om regionale producten te kopen? Het klinkt zo logisch regionaal voedsel, korte ketens, weten waar je eten vandaan komt en geen gesleep met voedsel door heel Nederland of Europa. Maar het blijkt dus niet zo eenvoudig.

Hoe toegankelijk is de markt? In de Betuwe groeien heel veel appels. Maar de jamfabriek in Tiel verwerkt geen fruit uit de Betuwe. Hun fruit komt uit Oost- Europa. Je vraagt je dan toch af: waar gaan de appels uit de Betuwe heen?

Henk vraagt zich af wat de kansen en mogelijkheden zijn voor regionaal voedsel en korte ketens. Wat beweegt de ondernemers, maar ook wat beweegt de klant? Welke factoren spelen een rol? Heeft de overheid hierbij een rol en hoe dan? Weten producenten wat de consument vraagt?

De centrale vraag van Henk gaat over de rol van de lokale overheid. Wat kan/moet de lokale overheid doen om het aandeel regionale producten in de dagelijkse boodschappen duurzaam te vergroten?

 

Vandaag is een breed gezelschap aanwezig, van gemeenten, maar ook ondernemers en onderwijs om zich over deze vragen te buigen. Maar hoe staat het met regionaliteit bij de aanwezigen? We starten met de vraag welk deel van je dagelijks voedsel regionaal is. Dat blijkt confronterend: het grootste deel van de groep staat bij 1-5%, slechts een enkeling komt boven de 50%.  Er worden allerlei afwegingen gemaakt. Biologisch of regionaal? Biologische melk komt tegenwoordig vooral uit Denemarken. Hoe duurzaam is dat? Is regionaal dan duurzaam? Lang niet altijd. In de omgeving van Wageningen zit het vol plofkippen. Lekker dichtbij, maar wil je deze kippen? En ook veel van de aanwezigen hebben haast, rennen naar de supermarkt om gauw het avondeten bij elkaar te sprokkelen….. en gaan dan voor gemak. Hoe regionaal is regionaal? Het aanbod zal breed genoeg moeten zijn om interessant te zijn voor de consument.

praktijklab Arhem

Duurzame voedsellandschappen in stedelijke regio’s

Noël van Doorn, sinds kort lector Stadslandbouw aan Van Hall Larenstein, wil projecten organiseren om duurzame voedsellandschappen in stedelijke regio’s te creëren. Voorwaarden zijn daarbij belangrijk. Hij noemt een voorbeeld van een bedrijf in Zuid-Duitsland waar hij jarenlang heeft meegewerkt. Het was lastig om de boerderij nevenfuncties te geven, totdat……… Karlsruhe een nieuw openbaarvervoerssysteem ging aan leggen. In plaats van een paar keer per dag stopte de S-bahn 3x per uur in de buurt van de boerderij.  De boerderij werd bereikbaar vanuit de stad en de gewenste verbinding ontstond. Noël van Doorn wordt gefascineerd door rode kool. 50% van de Nederlandse productie wordt geteeld in de omgeving van Heerhugowaard. Dat is 3x zoveel als we met zijn allen in Nederland eten. Eten wij die rode kolen uit Heerhugowaard dan ook? Nee, wij eten rode kool uit Murcia in Spanje. En de Hollandse rode kool gaat naar Cuba, Dubai en Maleisië.  Dit voorbeeld is exemplarisch voor hoe het met veel voedsel gaat.

Voor hem gaat het bij regionaal voedsel om meer zaken als puur het voedsel zelf. Denk ook aan:

  • De circulaire economie
  • De samenhang voedsel, water, afval en het sluiten van kringlopen
  • Het effect van voedselteelt op het landschap
  • Kunnen we voedselteelt combineren met andere ontwikkelingen?
  • Het wereldvoedselvraagstuk: kunnen we voldoende voedsel produceren en dat rechtvaardig aanbieden/verdelen?
  • Hoe groot of klein is de regio?

Hij ziet nu veel initiatieven voor korte ketens en regionaal voedsel. Op de huidige manier zullen we daarmee in niet meer dan 5% van de dagelijkse behoeften kunnen voorzien. Als we meer willen, moeten we denken aan heel andere systemen, aan betere logistiek. Er is nog een behoorlijke onderzoeksopgave. De uitdaging is om coalities te smeden tussen ondernemers, burgers en onderzoekers. Want als het regionale voedsel niet gekocht wordt, komen de korte ketens met al hun voordelen niet van de grond.

Ondernemerscarrousel

Deze dag zijn er verschillende ondernemers uit de regio Arnhem aanwezig die iets met regionaal voedsel hebben/doen. Van educatie tot strategie, van productie tot afzet.

Met enkele van hen gaan we in gesprek om antwoord te kunnen geven op de vragen die Henk Wentink vanochtend stelde. De aanwezige ondernemers zijn:

  • Steven Koster van Kweekland/Puurland uit Arnhem: tassen met regionale producten Had al een groentenpakket en haalde de rest van de boodschappen in de supermarkt, toen hij bedacht dat het beter kon en Puurland startte. In de tassen van Puurland zitten seizoensgroenten en andere regionale producten als jam, walnotenolie, e.d. Wekelijks bedenkt hij 4 recepten met de producten in de tas. Kweekland is 0,8 ha groot, hier worden groenten geteeld met mensen met afstand tot de arbeidsmarkt en vrijwilligers.
  • Bart Lubbers en Dennis Westerhof van Zuivelboerderij IJsseloord in Arnhem. Een bedrijf met 150 melkkoeien en jongvee. De koeien lopen in de uiterwaarden bij Arnhem. Een deel is eigen land, de rest wordt gepacht of gehuurd. Ze bewerken de melk deels tot zuivelproducten. Er zijn ook afnemers van de rauwe melk, die men dan zelf verwerkt. Er was een kleine winkel; binnenkort opent de grotere Landwinkel. De ondernemers verwachten hiermee klanten te trekken die op het bedrijventerrein IJsseloord werken. De 220 zonnepanelen die op de schuren liggen zijn door crowdfunding gefinancierd. Deelnemers hebben daarvoor spaarpunten gekregen en krijgen hun bijdrage in natura terug.
  • Palle van der Wulp van de Estafette winkel (Odin-coöperatie) in Arnhem. De winkel in Arnhem heeft ongeveer 400 leden, die allen een bijdrage per maand betalen. Daarvoor krijgen zij korting op hun aankopen. Arnhem heeft 600 leden nodig om break-even te draaien. Door de betrokkenheid van de leden wordt de winkel/de coöperatie minder afhankelijk van de bank. Estafette levert biologische producten, dat is voor hen belangrijker dan regionaal.
  • Pieter Lammerts van De Nieuwe Ronde uit Wageningen. De Nieuwe Ronde is een zelfoogst groentekwekerij. Ook hier is een vereniging: alle klanten zijn lid van de vereniging en kennen dus de boer en de tuin. Er zijn circa 450 leden, 300 gezinnen. De Nieuwe Ronde bereikt daarmee circa 1% van de inwoners van Wageningen. Deelnemers moeten voor minimaal 1 seizoen deelnemen, zodat er omzetgarantie is. Pieter zorgt dat er zoveel mogelijk zo goed mogelijke groenten van het land komt. Men mag 24/7 zelf komen plukken. Men bepaalt zelf hoeveel en wat men plukt.

De aanwezigen verdelen zich in 4 groepen. Iedere groep gaat in gesprek met de vier ondernemers, de carrousel. Welke inzichten levert dit op als antwoord op de centrale vraag: Wat kan/moet de lokale overheid doen om het aandeel regionale producten in de dagelijkse boodschappen duurzaam te vergroten?

 

Er wordt gevraagd, geantwoord en gebrainstormd.

praktijklab Arnhem

De oogst

Wat viel op?

  • De vier ondernemers waren allemaal mannen (waar waren de vrouwen?)
  • Met een grote passie voor wat ze deden
  • Met idealen
  • Met een uitgesproken visie
  • Met lef
  • Het zijn echte ondernemers, ze willen een gezond bedrijf runnen
  • Het zijn mensenmensen
  • Voor de ondernemers is een goede locatie van belang. Er moet aanloop zijn, de stadsrand leent zich het best voor een productiebedrijf.
  • Ze hebben geen allergie voor de overheid/gemeente
  • Vier goede gespreken over leden, netwerk, organisatie en achterban.

 

praktijklab Arnhem

Wat kan/moet de lokale overheid doen om het aandeel regionale producten in de dagelijkse boodschappen duurzaam te vergroten?

  • Ondernemers willen eerst zelf nadenken wat ze willen, wat ze nodig hebben en waar ze dat kunnen halen.
  • Een ondernemer heeft klanten nodig. Met het oog op de toekomst willen de ondernemers graag jongeren bereiken. Hier kan de gemeente een rol spelen door scholen te stimuleren iets met regionaal voedsel te doen of samen met de scholen een project over regionaal voedsel op te zetten.
  • Iedere gemeente zou een voedselvisie moeten maken. Voedsel is een van de vijf basisbehoeften van de mens. Het is dus eigenlijk vreemd dat gemeenten nog géén voedselvisie hebben. Wonen, armoede, sporten/bewegen, e.d. krijgen veel meer aandacht dan voedsel. Veel gemeenten denken dat voedsel zo persoonlijk is, dat de gemeente zich daar niet mee zou moeten bemoeien.
  • Gebruik zelf regionale producten in de kantine, bij recepties en presentaties. Maak regionale producten op die manier zichtbaar. En geeft het goede voorbeeld.
  • De overheid moet voorwaarden scheppen: je kunt het ondernemers moeilijk of juist gemakkelijk maken. Natuurlijk zijn er regels nodig, maar soms wordt wel erg moeilijk gedaan. De overheid zou ruimte moeten bieden, zowel fysiek als in de regels. Zou initiatieven mogelijk moeten maken in plaats van belemmeren. Verlaag de drempels en vereenvoudig procedures.
  • Een ambtenaar die dwars door de organisatie heen zaken kan doen, zaken in beweging kan zetten.
  • Voor regionaal voedsel is een distributienetwerk nodig. De gemeente kan dit faciliteren of meehelpen het op te zetten.
  • Communicatie om lokale producten te stimuleren, intern én extern.
  • Afdelingen Vastgoed zijn het grootste struikelblok, daardoor ontstaat een negatief beeld van de gemeente. Wat je aan de ene kant bespaart of bereikt, moet je toegeven bij Vastgoed: hoge grondprijzen, te strenge regels, weinig zekerheid, slechte contracten, vrijwel nooit meer gewone pacht maar vrijwel steeds geliberaliseerde pacht die veel minder mogelijkheden en zekerheid geeft.

Tip voor ondernemers:

  • Zet je leden/achterban in om de politiek te beïnvloeden. Via de politiek kunnen ambtenaren een opdracht krijgen.

Opbrengst voor de ondernemers

De ondernemers zijn vanmiddag door de mangel gehaald, het hemd van het lijf gevraagd. Hebben zij er ook wat aan gehad? Dat blijkt wel zo te zijn. Inzichten die zij hebben opgedaan:

    • Meer samen met de klanten/consumenten en de omgeving doen. Meer inzoomen op de vraag wat het bedrijf voor de omgeving kan betekenen.
    • Tribal marketing, vertrouwensband met de omgeving creëren.
    • De gretigheid van de deelnemers en de andere ondernemers biedt inspiratie.
    • Richten op lange termijn en aandringen op voedselvisie door de gemeente.
    • Vraag en aanbod beter bij elkaar brengen.
    • Nadenken over de rol van de overheid en hoe die te benutten.
    • Henk Wentink kun je vaker en beter inzetten. (Tja Henk, dat krijg je als je zo’n thema op de agenda zet)

 

Zoals een van de ondernemers zei: “Er was veel energie vandaag. Dat geeft hoop. Het besef van het belang van regionaal voedsel groeit. Gemeenten worden positiever, denken mee”.

Wat mij betreft is de conclusie: regionaal voedsel, dat smaakt naar meer……. En sinds 15 september let ik een stuk beter op in de winkel. Het is wel steeds de vraag: waar geef je de voorkeur aan, biologisch of regionaal? Biologische producten worden vaak over grotere afstanden getransporteerd.

 

Arja Nobel, 27-9-2016