Blog Leerlab

De gezonde stad (1): impressie van praktijklab 030

Geschreven door Arja Nobel

Het Stedennetwerk stadslandbouw stelt in 2016 de gezonde stad centraal. Bij dit thema en het Stedennetwerk denk je direct aan stadslandbouw en aan voedsel. Hoe kan stadslandbouw bijdragen aan de gezonde stad, de gezonde burger? En welke rol speelt de regio in de voedselvoorziening van de stad?

In eerdere bijeenkomsten van het Stedennetwerk stadslandbouw hebben we al gezien en ervaren hoe stadslandbouw op veel meer vlakken kan bijdragen aan gezondheid: meer bewegen door in de tuin te werken, ontmoetingen waardoor je je beter voelt, een zinvolle bijdrage leveren waarvoor je uit je bed of huis komt.

Dit jaar ligt de focus op voedsel. Gezonde voeding staat volop in de belangstelling. Supermarkten laten niet na om gezonde voeding aan te prijzen. Maaltijdboxen zijn tegenwoordig helemaal in. Je krijgt precies afgepast wat er nodig is in het recept, zodat je niet meer hoeft na te denken over de maaltijd. AH brengt na de moestuintjes nu ook een gratis magazine uit over gezondheid. Eetgoeroes zijn talrijk: geen brood of alleen maar speltbrood, quinoa of juist boerenkool, etc. Een nieuwe Schijf van Vijf die gezonde voeding aanprijst: iedere dag een handje noten, minder vlees, meer groente. Door een campagne probeert het Voedingscentrum ons bewust te maken van gezonde voeding. Dat we eigenlijk te veel eten, wordt er niet bij verteld, want dat is geen leuke boodschap.

Voor je het weet zit je in een discussie over voeding of voedsel. Er blijken verschillende werelden achter deze begrippen schuil te gaan. Het woord voeding staat voor nadenken over calorieën en bouwstoffen. Deze term wordt vaak door de GGD gebruikt. Voedsel is een veel breder begrip. Bij voedsel wordt ook aan het voortraject gedacht. Het gaat om de hele keten van zaadje tot compost of afval. Bij stadslandbouw gaat het dus over voedsel. De gemiddelde Nederlander wil echter vooral gewoon lekker eten dat ook nog snel klaar is.

Vandaag zijn we te gast in Utrecht. Op een mooie locatie waar volop voedsel wordt verbouwd, klaargemaakt, verkocht en verorberd, Moestuin Maarschalkerweerd. Drie hectare tuin aan de rand van Utrecht, tussen de Kromme Rijn (wandelroute!), sportvelden en stadion Galgenwaard. Een sociale onderneming met een groentetuin, boomgaard en kassen gecombineerd met een lunchcafé en terras en een winkel in biologische producten. Mensen met een beperking vinden hier dagbesteding en via de buurtteams komen mensen met afstand tot de arbeidsmarkt een bijdrage leveren. De nieuwe regels van de WMO hebben de situatie veranderd, en niet alleen wat betreft de budgetten voor dagbesteding. Nieuwe regels bepalen dat voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt de weg naar een baan voorop staat, wat druk en onrust veroorzaakt. De nieuwe regels hebben ook de ondernemingszin bij de Moestuin aangewakkerd. Het bedrijf is meer een eigen koers gaan varen en minder afhankelijk van subsidies en bijdragen.

Te gast in Utrecht, waar het College als leidend thema voor deze collegeperiode gekozen heeft voor ‘bouwen aan een gezonde toekomst’. De twee andere collegeprioriteiten zijn ‘Utrecht maken we samen’ en ‘Werken aan werk’. ‘Bouwen aan een gezonde toekomst’ is de verbinding tussen de Collegeleden en de verschillende partijen die aan het College deelnemen. Het College wil bij ieder voorstel een afweging maken of en hoe het bijdraagt aan dit centrale thema. Wethouder Victor Everhardt vertelt hierover. Vroeger was volksgezondheid niet direct betrokken bij de ontwikkeling van de stad. Nu wel. Het duurde echter wel even tot het doordrong tot de ambtenaren dat het menens is en niet zomaar een leuke slogan. Collegevoorstellen waarin geen aandacht aan de gezonde stad wordt besteed, worden niet meer in behandeling genomen. Bij projecten wordt gezondheid vanaf het begin meegenomen. En ook de gemeenteraad wordt bij het thema betrokken. Utrecht is uniek in het centraal zetten van gezondheid in het stadsbeleid.

Het is echter niet de gemakkelijkste weg. Er liggen nog talloze uitdagingen volgens de wethouder. Het gaat hierbij om kleine en om grote zaken. Zo speelt de discussie over kleine stukken grond die tijdelijk in gebruik genomen zijn voor stadslandbouw toen ze niet nodig waren voor woningbouw. In Utrecht is de ontwikkeling van de stad en de bouw van woningen het laatste jaar sterk aangetrokken, Utrecht groeit naar 400.000 woningen. Vooral door inbreiding in de stad. Er is een enorme trek naar de stad. Ook van gezinnen met kinderen. Er is dus ruimte nodig. Hoe zorg je dat gronden weer beschikbaar komen voor woningbouw en tegelijkertijd stadslandbouw ook een vervolg kan krijgen? Welke alternatieven zijn er voor het groen?

Stadslandbouw is ook kwetsbaar, juist door de vele kleine initiatieven. Deze moeten kunnen terugvallen op de faciliterende rol van de gemeente, maar hoe regel je dat?

Door netwerken in de stad zichtbaar te maken zodat mensen en initiatieven weten dat ze er niet alleen voor staan. Soms ook door als wethouder een vastgelopen situatie vlot te trekken. Bijvoorbeeld bij een organisatie met een wijktuin. De organisatie is ter ziele gegaan, de bewoners willen de tuin graag behouden. De betrokken ambtenaren zijn van mening dat het weer openbare ruimte moet worden, omdat er nu geen organisatie meer is. In dit geval zorgt de wethouder er voor dat er een contract komt waarbij de bewoners én de gemeente zich prettig voelen. Zonde als alle moeite en energie die er in de tuin is gestopt verloren gaat. Ook moet je als gemeente verwachtingen managen en zorgen voor verbindingen, aldus wethouder Everhardt.

De grootschalige kant van gezondheid is te vinden op het Utrecht Science Park, waar de R+D afdeling van Danone zit. Zij doen onderzoek naar gezonde voeding. Hoe is de koppeling met stadslandbouw te maken?

Een gezonde stedelijke ontwikkeling gaat veel verder dan stadslandbouw. Het gaat ook om energie en woonklimaat. Zo gaat het Jaarbeursterrein, bekend van de enorme hallen, op de kop. Acht hectare komt terug naar de gemeente om er woningbouw te ontwikkelen. En er komen nieuwe, duurzame hallen gecombineerd met stadslandbouw. Ook op wereldschaal moeten er oplossingen gezocht worden voor de voedselvoorziening, die oplossingen liggen ook in de stad. Wethouder Everhardt wil hiervoor een bid uitbrengen bij de WHO samen met andere Nederlandse steden. Wie doet er mee?

Meer ruimte geven aan de burger leidt vaak tot mooie initiatieven vindt Everhardt. Het gaat echter niet altijd goed. De reflex is dan: meer beleid, meer regels, meten is weten. Dat is maar zelden de goede oplossing, want initiatieven krijgen daardoor geen ruimte meer. Hoe vindt je als gemeente en bewoners de balans? Dat blijft zoeken, een standaardoplossing is er niet. Het gaat om geven en nemen en gezond verstand gebruiken…..

Over de auteur

Arja Nobel

is zelfstandig project- en programmamanager leefomgeving en buitenruimte. De rode draad in haar werk is verbinding tussen mensen, buitenruimte en geld. Zij was o.a. programmamanager Tuinen van West (Amsterdam) en is sinds de start deelnemer in het Stedennetwerk Stadslandbouw.