Nieuws

Proceslab Stadslandbouw Almelo

Geschreven door Arja Nobel

Na een lange zomer gaan we naar de winter. Dat is te merken aan de temperatuur wanneer we naar AOC Oost fietsen voor een bezoek aan en uitleg over aquaponics.

Aquaponics, vis-én groenteteelt in één

Een jaar of vier geleden startte de Almelose Voedselbank een groentetuin. Zij zocht expertise en vond die bij (de studenten van) AOC Oost. Zo raakte het AOC betrokken bij de Voedselbank. Een groentetuin levert echter vooral verse groenten in de zomermaanden, in de winter is het karig. Toch wilde men ook in de winter verse groente in het voedselpakket. Hoe dat te realiseren? De Voedselbank, OAC Oost en TGS (een bedrijf dat lokale initiatieven in ontwikkelingslanden ondersteunt ) gingen om tafel om te onderzoeken of aquaponics de oplossing zou kunnen bieden. Aquaponics is een waterrecirculatiesysteem waarbij het water waarin de vissen zwemmen hergebruikt wordt, de dierlijke afvalstoffen zorgen voor plantenvoeding en de planten zuiveren het water dat uit de visteeltbakken komt, zodat de vissen weer schoon water krijgen. De directie van AOC Oost vond het een interessant experiment en zo kon dit een plek krijgen op AOC Oost.

In het voorjaar van 2016 kon er daadwerkelijk gestart worden met de voorbereidingen. De kas waarin nu de opstelling staat was een leslokaal. De twee betrokken docenten

hebben samen met de studenten materialen ingekocht en verzameld om de installatie te realiseren. Studenten hebben meegeholpen om het systeem aan te leggen. Een spannend moment voor hen was toen het hele stelsel klaar was en er water ingepompt werd. Hadden zij hun werk goed gedaan? Was het systeem waterdicht? Het ging goed en vanaf dat moment draait het watersysteem zonder overstromingen of andere mankementen. Toch is het laten functioneren van een aquaponics systeem niet eenvoudig. AOC Oost is een proeftuin. Er moet nog veel Informatie verzameld worden en creatieve oplossingen moeten worden bedacht als zich een probleem voor doet. Hoe snel moet het water stromen? Waarom verkleurt het water en wat doen we er aan? Wat doen we tegen algengroei in de bakken met vis? Is het water warm genoeg om de vissen te laten groeien? En wat doe je tegen bladluis in de sla? Het zijn maar een paar van de vragen die opgelost moeten worden. Een spannend en intensief proces, dat de twee betrokken docenten vooral in hun eigen tijd uitvoeren.

Het systeem bestaat uit 6 tanks van ieder 900 liter waarin in totaal 500 meervallen leven en 3 teeltbedden voor groenten. Het water uit de tanks stroomt via een voorfilter, een grindbed met tomaten naar de 3 teeltbedden. Aan het eind moet het water schoon genoeg zijn om weer vis in te laten leven. Het is een gesloten systeem. Alleen visvoer wordt toegevoegd. Andere aquaponics systemen gebruiken vaak tilapia. Hier is gekozen voor meerval, omdat in de buurt geen tilapia gekocht kon worden.

Delen en vermenigvuldigen

In de zomervakantie heeft een medewerker van Soweco (organisatie voor maatschappelijk werk in Almelo) voor het systeem en de vissen gezorgd. Hij doet dit ook tijdens de weekends. En de vrijwilligers van de Voedselbank zaaiden en oogstten tot heden onder zijn leiding.

Tot heden waren het vooral de 2 zeer betrokken docenten die het tot stand gebracht hebben, die zich hier mee bezighouden. De ontwikkelde kennis zit in hun hoofden, zij hebben nog geen tijd gevonden om hun kennis vast te leggen en verder uit te dragen. Nu het systeem functioneert wordt het tijd om het hele AOC (VMBO en MBO) en de omgeving er meer bij te betrekken. Een kantelpunt. Aquaponics kan onderdeel zijn van verschillende lessen. Alle leerlingen, zowel VMBO als MBO, moeten er van kunnen leren en zich er eigenaar van gaan voelen.

Deze zomer is er ervaring opgedaan met andijvie, die doet het goed op een waterbed. De vis groeit ook goed. Ze zijn gekocht als 20 grams visje. Tegen de kerst is zij groot genoeg om geslacht te worden (1,2-1,4 kg/stuk). Theaterhotel Almelo neemt de vis af, slacht en verwerkt ze.

Tot heden zaaide de Voedselbank groenten in het kasje op hun tuin. De kleine plantjes werden door hen aangeleverd bij AOC Oost en geplant op de teeltbedden. Nu er buiten niet meer gezaaid/opgekweekt kan worden heeft de school er een taak bij. De leerlingen zaaien en verspenen nu tijdens de lessen.

De gemeente stimuleert deze ontwikkeling. Zij was opdrachtgever voor een onderzoek dat WUR heeft gedaan naar de technische kant van plantengroei in combinatie met visteelt. Nu werken dus verschillende partijen samen aan de aquaponics: AOC Oost, Voedselbank Almelo, Theaterhotel Almelo, Soweco, adviesbureau TSG en de gemeente Almelo.

Na de presentatie ontspint zich een discussie hoe de betrokken docenten een deel van hun taak kunnen overdragen en de aquaponics beter kunnen verbinden met de leerlingen. En hoe leerlingen van AOC Oost hiervan op allerlei manieren kunnen leren. Zowel de groenten als de vis worden geconsumeerd, nu de kennis nog.

Stadslandbouw in Almelo

Gemeente Almelo heeft gekozen voor een organische ontwikkeling van stadslandbouw. Doen zich kansen voor, dan grijpt men die. Er is geen beleidsvisie stadslandbouw of voedselvisie. Paul Reinerink, coördinator stadslandbouw in Almelo, vertelt dat er in Almelo allerlei initiatieven zijn, zoals:

  • Idylle Noordoost. Buurtbewoners van Almelo Noordoost zijn enkele jaren geleden gestart met een begrazingsproject op bouwkavels die niet verkocht werden. Inmiddels wordt 10 ha begraasd door schapen. De bewoners hebben de dagelijkse zorg voor de dieren. Ook worden 2 wolvarkens ingezet, die eten kruiden en onder andere bereklauw. En de wolvarkens zelf kunnen later op de wijkbarbeque. Ook is een kruidenakker aangelegd.
  • Vlasteelt FutureTex. 5 ha vlas is door de gemeente ingezaaid. Het innovatiecentrum voor de textielindustrie (Texperium) werkt samen met een aantal andere partijen aan de herintroductie van vlas in Twente. Men onderzoekt hoe de vlasvezels verwerkt kunnen worden tot moderne textielgarens.
  • Indië, een oud industrieel complex aan de rand van het centrum, waar ook een nieuwe woonwijk wordt gerealiseerd. Er zijn plannen om in de oude fabriekshal te starten met indoorfarming. Daarvoor worden nog ondernemers gezocht. 6 studenten van de Universiteit Twente doen onderzoek bij dit project.
  • De gezonde sportkantine bij de hockeyclub: fruit in plaats van snacks en snoep. In de pauze krijgt men nu fruitsap uit de eigen appel- en perenboomgaard. Er is ook een landelijk project, zie degezondesportkantine.nl .
  • Rijnbeek, een bloemenakker op een locatie die gereserveerd is voor woningbouw/bedrijven. Het ziet er mooi uit en vergroot de biodiversiteit.
  • En natuurlijk staat er een bijenkast op het (groene) dak van het nieuwe gemeentehuis van Almelo. Hierbij wordt samengewerkt met ’t Iemenschoer, de plaatselijke imkervereniging.

Stadslandbouw kan helpen bij het stimuleren van de werkgelegenheid. Jaarlijks stopt 3% van de boeren in Nederland. Wanneer leegkomende stallen benut worden voor bijvoorbeeld aquaponcis levert dit werkgelegenheid op en kunnen vis en groente in de streek geteeld worden. Initiatiefnemers met plannen die geld nodig hebben voor stadslandbouwprojecten kunnen bij de gemeente terecht. In het programma ‘Gezondheid in de stad’ is 8 ton beschikbaar om initiatiefnemers op weg te helpen.

KlimaatActieve Stad

Stadslandbouw in Almelo is ook onderdeel van de KlimaatActieve Stedenband. Almelo, Hengelo en Enschede werken in de KAS samen met het waterschap Vechtstromen. Deze partijen willen zorgen voor leefbare steden waarin goed met water en klimaat wordt omgegaan. Het draait om slimme combinaties in water, klimaat, ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Almelo ligt op het laagste punt van Twente, wordt ook wel de ‘oase van Twente’ genoemd. Er moet dus wel het een en ander gebeuren om de stad klimaatbestendig te maken. Wat er moet gebeuren maar ook de kansen die deze opgave biedt, zijn te vinden in het visie Waterstad Almelo. Stadslandbouw is onderdeel van deze visie. Naast de dijkgraaf van het waterschap, de ‘watergraaf’, zet ook graaf van Rechteren, graaf van kasteel Almelo zich in voor deze opgave.

Verbinden en opschalen

In Almelo is nog geen platform of netwerk stadslandbouw. Paul Reinerink is contactpersoon voor iedereen die iets wil met stadslandbouw. Hij probeert verbindingen te leggen tussen partijen en te kijken of er opgeschaald kan worden. Bedrijven als het Theaterhotel willen graag lokale producten afnemen, maar dan moet er wel voldoende geproduceerd worden. Door samen te werken kan ook de distributie beter georganiseerd worden.

Het plan is om voorjaar 2017 een avondbijeenkomst te organiseren voor stadslandbouwers.

Foodconnect & Kook jij of ik?

Na een pittig fietstochtje door Almelo komen we aan bij Foodconnect.

Onder het genot van een maaltijd krijgen we hier een presentatie. Foodconnect, opgericht in 2001, bereidt maaltijden op maat en bezorgt die thuis. Passie voor eten, ambacht en kwaliteit staan voorop bij de bereiding volgens degene die de toelichting gaf. Evenals respect en aandacht voor de klant.

Hoe werkt Foodconnect?

Er zijn drie productgroepen:

  • Voor thuis, een versbereide maaltijd. Veel ouderen, vooral 80+, maken hiervan gebruik. Maar ook anderen die weinig tijd of zin hebben om te koken kunnen deze maaltijden bestellen. Je kunt zelf combinaties maken van ingrediënten en de maaltijd op jouw smaak, portiegrootte of dieetwens bestellen.
  • Voor kleinschalige woongroepen, bijv. voor mensen met een beperking. Er kunnen groepsmaaltijden bereid worden, maar ook een maaltijd op maat per persoon.
  • Zorg en welzijn, bijvoorbeeld thuiszorg- en serviceorganisaties zonder een eigen maaltijdservice. Foodconnect ondersteunt deze organisaties met klantenservice, bezorging van de maaltijden aan huis en het afhandelen van de facturen.

Alle maaltijden worden thuisbezorgd. Maaltijden kunnen vers op maat zijn (een week houdbaar in de koelkast, maaltijd op maat) of vriesvers (direct na het koken ingevroren en langere tijd houdbaar in de vriezer, gemaakt volgens het menu van de kok). Ook kunnen verse boodschappen aan huis worden bezorgd in combinatie met de maaltijd. Van soepen tot toetjes, fruit en salades. De meeste maaltijden die de deur uitgaan zijn vers op maat (75%), daarna volgen vriesvers (20%) en verswaren (5%). De maaltijden hebben een houdbaarheidstermijn (tht) van 7 dagen. Je krijgt de maaltijden thuisbezorgd een dag nadat deze gemaakt is. Je kunt bestellen via de website, gebruik maken van de gewoonbewust eetwaaier op de website (algemene tips voor verantwoord eten), maar ook persoonlijk advies krijgen.

Foodconnect rijdt 51 routes, 5 tot 6 dagen in de week. Door een groot deel van Nederland. Dit alles vanuit Almelo. Inmiddels is er een nevenvestiging in Bunnik voor opslag en doorslag. Er werken bij Foodconnect zo’n 140 mensen.

Diepvriesmaaltijd als beste getest

Enkele dagen na ons bezoek werd bekend dat de diepvriesmaaltijden van Foodconnect als beste uit de MAX-steekproef kwam. De maaltijden werden getest op voedingswaarde, bacteriën, smaak, geur, prijs en bestelgemak. De koelverse maaltijden van Foodconnect eindigden op de derde plaats. Hoewel er volgens de critici te weinig bejaarden in het panel zaten om de smaak echt goed te beoordelen……..  Smaken verschillen.

Kook jij of ik?

Om de enorme aantallen maaltijden te bereiden werkt Foodconnect samen met leveranciers uit de regio. In 2014 begon men te denken en experimenteren met ‘vers van dichtbij’. De nieuwe aanpak van supermarkten die maaltijdboxen bieden, het enthousiasme dat de tuintjes van AH oproepen, de toenemende vraag naar gemak en voorbewerkte producten, de belevingssupermarkt, de snelle groei van het aantal ambachtelijke eetwinkels in de Randstad, de markthallen/foodhallen, willen weten waar je eten vandaan komt, lokaal voedsel, dit alles speelde mee bij het nadenken hoe de kennis en mogelijkheden van Foodconnect benut konden worden voor nieuwe eigentijdse diensten en producten. Dit heeft in 2016 vorm gekregen in het concept Kook jij of ik?: https://kookjijofik.nl/

De vraag was hoe kun je een maaltijd bieden die iedereen aanspreekt en die men niet associeert met een kant-en-klaarmaaltijd? Een verse maaltijd dus met ingrediënten die komen van herkenbare bedrijven. Kook jij of ik wil puur en eerlijk eten aanbieden, antibiotica-vrij en onbespoten, diervriendelijk en transparant zijn over de herkomst en de bereiding. Bij het zoeken naar herkenbare en eerlijke producten heeft men eerst een streep getrokken op 50 km om Almelo en gekeken wat daar allemaal beschikbaar was om goede maaltijden mee te bereiden. Dan bleek niet voldoende. Nu is de grens op 100 km rond Almelo gelegd.

Als consument kun je kiezen tussen een versbereide maaltijd die al voor je gekookt is of je gaat met de ingrediënten zelf aan de slag. In het laatste geval staat de maaltijd binnen een half uur op tafel. Je kunt ook een mix van gekookte en ongekookte maaltijden bestellen. De maaltijden van Kook jij of ik worden enkele keren per week thuisbezorgd, op vaste bezorgdagen.

Samenwerking

Omdat samengewerkt wordt met de producenten zelf, levert een grote groep ondernemers producten aan. Het gaat om boeren die geloven in hun producten en dus aan de eisen voldoen. Kook jij of ik vindt de contacten met de boeren zelf belangrijk, zodat zij ook weten wat er speelt en de boer ook inbreng kan hebben in de productontwikkeling. De levering moet betrouwbaar zijn, want de bestelde maaltijden moeten op tijd bezorgd worden. Het hele proces van bestellen tot bezorgen is dan ook met de producenten afgestemd. Wat nu als Kook jij of ik een succes wordt? Wanneer de huidige producenten niet kunnen meegroeien, zijn er andere producten in beeld die de ook aan de voorwaarden voldoen. Om de kosten en de keten in de hand te houden, werkt men voor het snijden en verpakken samen met twee gespecialiseerd Almelose bedrijven. Alle bedrijven die samenwerken in dit concept hebben er volgens de vertegenwoordiger van Foodconnect een gezonde boterham aan.

Deze zomer is een ‘toer de boer’ georganiseerd, een fietstocht met proeverij. Kook jij of ik wilde de mensen laten zien wat er in de omgeving van de stad aan voedsel voorhanden is.

Uitbreiding naar heel Nederland

Op dit moment is Kook jij of ik alleen nog te bestellen in Twente. Er zijn nu 40-50 klanten per week. De ervaring leert dat deze klanten hechten aan de herkomst van de ingrediënten. Deze staat ook op de website genoemd. Kook jij of ik verwacht dat de maaltijden eind 2016 in heel Nederland te verkrijgen zijn. Ze willen “het beste product bieden zo dicht bij mogelijk”. De extra kilometers die gereden moeten worden zijn voor hen niet doorslaggevend. Er is schaalvoordeel nodig om het concept te realiseren en de kosten laag te houden. De bezorging gebeurt door Foodconnect, die toch al bezorgt in een groot deel van Nederland. De vraag die rees in onze groep: gaat de herkenbaarheid en het gevoel dat hoort bij lokale producten nog op wanneer Kook jij of ik’ zich uitbreidt buiten Twente en in heel Nederland verkrijgbaar is?

Hoewel ik graag zelf kook met verse ingrediënten, werd ik van deze passievolle presentatie bijna lui. Wat een gemak om alles lekker, volgens jouw smaak, versbereid thuisbezorgd te krijgen. Het klonk fantastisch. Thuis komen in een rustig huis na een drukke dag, een huis dat al lekker ruikt en een maaltijd die als vanzelf op je bord verschijnt, wie wil dat nou niet? Alleen de tafel nog dekken en dan aanschuiven. En toch ga ik vanavond weer lekker zelf koken, precies op maat en smaak. Tegen de stroom in, want steeds meer mensen gaan voor het gemak van de maaltijdbox.

Hoe verder met het Stedennetwerk?

De middag wordt besteed aan storytelling en aan een terugblik op de ontwikkeling van stadslandbouw en het Stedennetwerk. Het Stedennetwerk bestaat nu 6 jaar. Gestart als een leergroep die zich vooral met de vraagstukken van de gemeente met betrekking tot stadslandbouw bezighield. Stadslandbouw was nieuw en anders. Hoe daar mee om te gaan? Inmiddels is stadslandbouw ingeburgerd. Bij de bijeenkomsten van het Stedennetwerk worden steeds vaker ook de lokale stadslandbouwers uitgenodigd. Er is veel gesproken en ook veel bereikt, hoewel dat per gemeente verschilt.

 

Hoe nu verder met het Stedennetwerk? Sommigen zijn van mening dat het Stedennetwerk stadslandbouw zijn langste tijd heeft gehad en dat we eind dit jaar kunnen stoppen. Andere aanwezigen vinden het netwerk waardevol en willen juist doorgaan. Dat hoeft niet in de huidige vorm, het zouden ook themabijeenkomsten kunnen zijn waarvoor breed ingetekend kan worden o.i.d. Deze discussie krijgt een vervolg tijdens de volgende – en laatste in 2016 – bijeenkomst op 1 december a.s. in Den Haag.

 

Over de auteur

Arja Nobel

is zelfstandig project- en programmamanager leefomgeving en buitenruimte. De rode draad in haar werk is verbinding tussen mensen, buitenruimte en geld. Zij was o.a. programmamanager Tuinen van West (Amsterdam) en is sinds de start deelnemer in het Stedennetwerk Stadslandbouw.