Blog

Blog: Stedennetwerk Stadslandbouw houdt het hoofd koel

Geschreven door Jan Eelco Jansma

Een hittegolf over Nederland. Ook de temperatuur van stadslandbouw stijgt gestaag. Raakt het niet oververhit door al die aandacht? Hype of trend, het Stedennetwerk Stadslandbouw houdt het hoofd koel en werkt al sinds 2010 achter de schermen aan het verbinden, verbreden en verdiepen van stadslandbouw in Nederland. Het initieerde dit jaar de Agenda Stadslandbouw, deed onderzoek naar de Maatschappelijke Kosten en Baten (MKBA) en verdiepte zich in tijdelijk grondgebruik voor stadslandbouw. Dit najaar start weer een nieuwe ronde van vier bijeenkomsten van het netwerk. Er is nog ruimte voor nieuwe deelnemers.

stadslandbouw

Stadslandbouw behoeft geen introductie meer. Ook op deze site vindt u al veel informatie over deze nieuwe verbinding tussen stad en landbouw, tussen consument en producent. Als het gaat over stadslandbouw wordt meestal verwezen naar de initiatieven in buurten en wijken. Ik zie het begrip stadslandbouw breder. Het is ook het voortbrengen, verwerken en vermarkten van voedsel en daaraan gerelateerde producten en diensten, in het stedelijk gebied, daarbij gebruikmakend van stedelijke hulpbronnen en reststoffen. Stadslandbouw hoeft dus niet altijd in de stad zelf plaats te vinden. Ook in de stadsrand en ommeland zijn vormen van stadslandbouw denkbaar. Voor mij is het niet zozeer de locatie die stadslandbouw onderscheidt van andere vormen van landbouw. Het gaat juist om het feit dat stadslandbouw een onlosmakelijk onderdeel vormt van de stedelijke economie en haar sociale en ecologische systeem. En daarbij bijdraagt aan een gezonde, leefbare en innovatieve stad. De schaal, omvang, vorm en intensiteit bepaalt dan niet wat stadslandbouw is en wat niet. Stadslandbouw onderscheidt zich van de traditionele landbouw in het aangaan van verbindingen met de stad. Stadslandbouw is vanzelfsprekend de buurttuin maar het is ook die melkveehouder in de stadsrand die kinderopvang aanbiedt en ook nog energie uit zijn mestvergister aan een naburige woonwijk levert.

Nog niet zo lang terug, zeg vijf jaar terug, was stadslandbouw een relatief onbekend begrip. Toch begon het toen al te borrelen. In steden als Rotterdam, Amsterdam, Almere en Groningen waren pioniers actief, kleinschalig, gefragmenteerd en zonder samenhang. Om de energie van deze pioniers te bundelen en zo gezamenlijk de beweging te ondersteunen is in 2010 het stedennetwerk stadslandbouw gestart. De eerste jaren ondersteund door het toenmalige Ministerie van Economie, Landbouw en Innovatie (EL&I). Het netwerk richtte zich vooral op ambtelijke professionals, omdat zij vaak de verbinding vormen tussen de initiatieven, in staat zijn om binnen de gemeente vorm te geven aan richtinggevend beleid en de brug vormen tussen lokale activiteiten en landelijk uitdagingen.

In de loop van de jaren is het stedennetwerk geëvolueerd naar een open netwerk waarin nog steeds de ambtelijke professionals de boventoon voeren. Het netwerk omvat nu twee onderdelen: de LinkedIn Groep Stedennetwerk Stadslandbouw en het Leertraject Stadslandbouw. De LinkedIn groep is vrij toegankelijk en vorm een bron van uitwisseling over stadslandbouw tussen de ruim 300 deelnemers. Het leertraject bestaat uit vier bijeenkomsten op jaarbasis. Afgelopen jaar namen 11 steden en ZLTO deel aan dit onderdeel van het netwerk. De deelnemers betalen een vergoeding voor deelname aan dit leertraject. Het leertraject wordt gecoördineerd door Wageningen UR en Netwerk Platteland. Centraal tijdens de bijeenkomsten van dit leertraject staat leren, leren via:

1.         Verbinden van de initiatieven rond stadslandbouw

2.         Verdiepen van de potenties van stadslandbouw

3.         Verbreden van de kennis ten bate van onderwijs, onderzoek, beleid en ondernemers

Het bezoeken van initiatieven en het gesprek aangaan met de initiatiefnemers leert wat de pioniers beweegt, helpt en uitdaagt. Zo bezochten de deelnemers dit jaar een ondernemer die overdekte volkstuinen aanbiedt in Almere en ook een buurttuin in Den Bosch. De ervaring uit deze gesprekken verbinden de deelnemer weer met de initiatieven in hun eigen stad. Het helpt hen hun lokale initiatieven beter te faciliteren. Op een aantal thema’s, vooral thema’s die de ontwikkeling van stadslandbouw kunnen ondersteunen, zorgt het netwerk voor verdieping. Dit voorjaar verdiepte het netwerk zich, op verzoek van deelnemer ZLTO, in mogelijkheden om tijdelijk beschikbare gronden eenvoudiger beschikbaar te krijgen voor stadslandbouw. Zo ook liet het netwerk een Maatschappelijke Kosten en Baten Analyse (MKBA) stadslandbouw uitvoeren. De deelnemers Rotterdam en Tilburg boden een case voor deze studie die werd uitgevoerd door Witteveen+Bos en Wageningen UR, met bijdragen van het Ministerie van Economische Zaken, Rotterdam en Stuurgroep Landbouw Innovatie Noord – Brabant en Tilburg. De resultaten laten zien dat een investering in stadslandbouw in veel gevallen ruimschoots terug wordt verdiend via maatschappelijke baten als verbeterd woongenot, gezondheid en leefbaarheid. Dergelijke studies leert het netwerk waar de potenties van stadslandbouw liggen en hoe eventuele drempels geslecht kunnen worden. Daarbij is het vaak nodig om ervaring te verbreden. Via haar site, via publicaties, via de LinkedIn-groep maar ook lokaal deelt het netwerk haar kennis en ervaring. Om de verbreding van stadslandbouw kracht bij te zetten stelde het netwerk de Agenda Stadslandbouw samen (zie ook de blog van 26 juni). Een agenda met vier uitdagingen voor stadslandbouw, maar ook een agenda waaraan gemeenten en de landelijke overheid zich aan kunnen verbinden. Samen met wethouder Alexandra van Huffelen van Rotterdam die tevens ambassadeur stadslandbouw is vanuit de Rijks-Klimaatagenda, brengt het netwerk de agenda onder de aandacht van de Nederlandse gemeenten en de landelijke overheid. En met de ambitie dat er zoveel mogelijk deze agenda onderschrijven en uitdragen!

Ruim vier jaar na de start is het Stedennetwerk Stadslandbouw een netwerk dat niet meer weg te denken valt. Achter de schermen heeft het netwerk bijgedragen aan de ontwikkeling van stadslandbouw, lokaal en landelijk. Niet door mee te deinen op een verhitte hype, maar door nu koel en gestaag een fundament te leggen onder stadslandbouw, zodat de ontwikkeling doorgaat ook als de hype over is. Komend najaar start daarom weer een nieuwe ronde van vier bijeenkomsten van het leertraject. Nieuw zal zijn dat het netwerk nu initiatiefnemers uit ontwikkelingslanden gaat koppelen aan het netwerk. Stadslandbouw is in veel van die landen al jaren gemeengoed. Daar valt van te leren! Geïnteresseerden kunnen zich inschrijven via de site van het Stedennetwerk.

 

Over de auteur

Jan Eelco Jansma

is onderzoeker Stadslandbouw aan Wageningen UR en faciliteert sinds 2010 het Stedennetwerk Stadslandbouw.