Agenda Stadslandbouw

Impact Agenda Stadslandbouw op stadslandbouwinitiatieven

Geschreven door Jan Eelco Jansma

In het voorjaar van 2013 bracht het Stedennetwerk Stadslandbouw de Agenda Stadslandbouw naar buiten. Groningen was de eerste die ondertekende, inmiddels gevolgd door 25 andere gemeenten. Met de ondertekening committeren gemeenten zich aan het stimuleren en faciliteren van stadslandbouw.

In 2014 hebben we bij twaalf ondertekenaars verkend wat het ondertekenen van de agenda voor de gemeente heeft betekend. De resultaten van deze verkenning zijn terug te vinden in de brochure Agenda Stadslandbouw; Wat was de impact?. Belangrijkste conclusie uit de gesprekken met de twaalf gemeenten is dat de agenda vooral een ingeslagen route heeft bekrachtigd, en tot weinig concrete nieuwe acties heeft geleid. Dit beeld is echter vooral dat van ‘binnen het stadhuis’; het reflecteert wat de agenda intern voor gemeenten heeft betekend.

In een vervolgonderzoek richtten we ons daarom op de partijen ‘buiten het stadhuis’. Doel was te inventariseren wat de impact van de agenda voor stadslandbouwinitiatieven zélf is geweest. Het vervolgonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een online enquête. De resultaten van deze enquête zijn te vinden in een tweede brochure: Agenda Stadslandbouw; Impact op initiatieven. In dit nieuwsbericht geven we een samenvatting van de resultaten.

  • De vijftig respondenten die de enquête hebben ingevuld vertegenwoordigen veertien van de 26 gemeenten die de agenda hebben ondertekend; meer dan de helft van hen komen uit Utrecht, Groningen of Arnhem. Respondenten zijn op verschillende manieren bij stadslandbouw betrokken; als actief burger, als ondernemer of vanuit de gemeente.
  • 71% van de respondenten weet dat zijn of haar gemeente de Agenda Stadslandbouw heeft ondertekend. De meeste van hen weten over de ondertekening door contacten bij de gemeente of door er zelf bij betrokken te zijn geweest. Hieruit blijkt dat er door de ondertekenaars weinig ruchtbaarheid aan de agenda is gegeven.
  • 65% van de respondenten kan zich vinden in onze analyse dat de agenda tot weinig concrete acties heeft geleid en vooral een ingeslagen pad heeft bevestigd. Een deel van deze respondenten relateert dat niet specifiek aan de gemeente; een ander deel geeft expliciet aan dat er weinig gebeurt omdat de gemeente niet écht iets met stadslandbouw lijkt te willen. Respondenten die zich niet in onze bevindingen kunnen vinden geven aan dat er wel degelijk veel is gebeurd op het gebied van stadslandbouw. Hun antwoorden maken niet altijd duidelijk in hoeverre ze vinden dat dat specifiek het effect van de agenda is.
  • Respondenten zijn gevraagd de impact van de agenda op initiatiefnemers van stadslandbouwprojecten weer te geven, door drie vragen te beantwoorden met een cijfer tussen 0 en 10: (1) in hoeverre zijn initiatiefnemers extra mogelijkheden geboden, (2) in hoeverre is er een betere relatie ontstaan tussen initiatiefnemers en de gemeente, en, (3) hoe groot was de impact van de agenda op initiatiefnemers. Voor alle vragen kwam het gemiddelde tussen 4.5 en 5 uit, hoewel er bij elke vraag ook uitschieters naar boven waren.
  • Veel respondenten vinden dat gemeenten initiatieven niet genoeg faciliteren; wel vinden de meeste respondenten juist dát de belangrijkste taak die gemeenten hebben met betrekking tot het stimuleren van stadslandbouw.

Op basis van deze bevindingen concluderen we dat de impact van de agenda op lokale initiatieven (nog) relatief gering is. Dit wil overigens niet zeggen dat de agenda geen (indirect) effect heeft gehad. Daarmee wordt onze eerdere analyse – dat de agenda vooral een ingeslagen weg heeft bevestigd en tot weinig nieuws heeft geleid – ondersteund.

Een opmerking die we moeten plaatsen is dat onze respondenten niet alle 26 gemeenten die de agenda hebben ondertekend vertegenwoordigen – ze komen grotendeels uit slechts drie gemeenten. Onze resultaten zijn daarmee niet representatief voor alle gemeenten die ondertekend hebben.

In het licht van de geringe impact die de agenda tot nu toe lijkt te hebben gehad op een actieve stimulering van stadslandbouw door gemeenten, is het wellicht niet verwonderlijk dat sommige respondenten twijfelen aan het nut van de agenda voor de toekomst. Respondenten hebben overigens wel ideeën over hoe de agenda verder gebracht kan worden. Er kan meer bekendheid aan stadslandbouw en de stadslandbouwagenda worden gegeven en beide moeten meer uitgedragen worden, en ook kennisuitwisseling en het versterken van netwerken behoren tot de mogelijkheden. Andere gemeenten kunnen vooral gestimuleerd worden de agenda te ondertekenen door het nut van de agenda en dat van stadslandbouw beter voor het voetlicht te brengen.

Over de auteur

Jan Eelco Jansma

is onderzoeker Stadslandbouw aan Wageningen UR en faciliteert sinds 2010 het Stedennetwerk Stadslandbouw.